UCSIA
Prinsstraat 14
B-2000 Antwerpen
marijke.celis@ua.ac.be
Tel. +32 (0)3 265 49 60
Fax +32 (0)3 707 09 31
Gezinstransities vanuit het perspectief van de kinderen

Op 29 september had in het Elzenveld te Antwerpen de UCSIA- studiedag over ‘gezinstransities vanuit het perspectief van de kinderen’ plaats waaraan een 200-tal (jeugd-)psychologen en (gezins-)therapeuten, advocaten en bemiddelaars, hulpverleners en maatschappelijke assistenten, pedagogen en opvoedingsondersteuners, leerkrachten en zorgcoördinatoren, onderzoekers en beleidsmakers deelnamen.

Het programma werd ontwikkeld met een samenwerkingsverband van de Onderzoeksgroep Persoon & Vermogen (Faculteit Rechten, Universiteit Antwerpen), het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek CeLLO (Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen, Universiteit Antwerpen), het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee), Een Nieuw Gezin v.z.w. en Stichting Nieuw Gezin Nederland.

De discussie over het invoeren van het ouderschapsplan, dat in Nederland verplicht is bij scheiding vormde de aanleiding, maar nog vele andere vormen van ondersteuning van ouders en kinderen bij scheiding werden concreet voorgesteld in tien workshops aangeboden door De Scheidingsschool, de Interactie-Academie, centra voor welzijnswerk en geestelijke gezondheidszorg, jeugd- en familierechters en de jongerenwerkingen KAJ en Villa Pinedo. Er werd geopteerd voor het uitgangspunt van de rechten van het kind en de opzet bracht de juridische en welzijnssectoren samen.

Dit weerspiegelde zich in het lezingenaanbod over demografische verschuivingen in Vlaanderen (onderzoeksresultaten ‘Scheiding in Vlaanderen’ gepresenteerd door socioloog Dimitri Mortelmans van het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek van UA), de juridische gang (door jurist Frederik Swennen van de onderzoeksgroep Persoon & Vermogen van UA), de impact van scheiding en gezinstransities op de ontwikkeling van het kind (door pedagoge Claire Wiewauters van Odisee), klachten van kinderen (door Vlaams Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen) en een evaluatie van het verplichte ouderschapsplan in Nederland (door socioloog Ed Spruijt en rechtsonderzoeker Christina Jeppesen de Boer van de Universiteit van Utrecht).

Waar men 10 jaar geleden nog vaak huwde naar aanleiding van de geboorte van een kind, blijven ouders tegenwoordig samenwonen zonder huwelijkscontract (binnenkort zal dit het geval zijn voor de helft van de partnerrelaties). Eén op tien kinderen tussen 0 en 17 jaar hebben gescheiden ouders. Scheiding betekent de start van verschillende gezinstransities gezien de ouders vaak (meer dan eens) herpartneren. Dit brengt ingrijpende veranderingen in het dagelijkse leven van het kind met zich mee, vooral op financieel vlak en op vlak van wonen en schoolloopbaan. Kinderen van gescheiden ouders komen vaker in het watervalsysteem terecht en minder in het hoger onderwijs. Op vlak van psychisch welbevinden vertonen meisjes meer depressieve symptomen (internalisering) en jongens meer gedragsproblemen (emotionele veruitwendiging). Toch geven de meeste scheidingskinderen aan dat de situatie is verbeterd sinds de scheiding. Veel hangt af van de risicofactoren (conflict en transities) en van de beschermende factoren (betrokkenheid van ouders, inkomen en opleidingsniveau). Bovendien speelt de persoonlijkheid van het kind ook mee in de verwerking.

Het Belgisch recht (in tegenstelling tot andere Europese rechtsstelsels) vertrekt nog van het beginsel dat een kind twee ouders heeft die gezamenlijk het gezag uitoefenen en kent geen rechten toe aan stiefouders. Afspraken tussen gescheiden ouders rond opvoeding van kinderen worden niet systematisch gemonitord gezien er geen aanmeldingsplicht bestaat en het aangeven van wijzingen in domicilie vaak wordt nagelaten. In geval van verontrustende opvoedingssituaties en vechtscheidingen kunnen gezagsuitoefening en verblijfs- en onderhoudsregelingen bij de familierechtbank (die een jaar geleden werd ingericht) worden geregeld. Een euvel in de institutionele organisatie is dat de familierechtbank geen weet heeft van eventuele beslissingen van de jeugdrechter bij problematisch gedrag van het kind. De familierechter roept kinderen ouder dan 12 wel op voor verhoor, maar het PV dat hiervan wordt opgemaakt dient eerder het betoog van de ene partner tegenover de andere (ons rechtsbestel zijnde gebaseerd op het principe dat slechts één van beide partijen gelijk kan krijgen), dan de belangen van het kind zelf. In de hulpverlening bestaan initiatieven die gericht zijn op het horen van kinderen maar deze informatie stroomt ook niet door naar de familierechter wegens het beroepsgeheim. Zou een jeugdadvocaat die de belangen van het kind behartigt een uitkomst kunnen bieden?

Vanuit een pedagogisch ontwikkelingsperspectief worden kinderen tijdelijk uit balans gebracht door scheiding en gezinstransities. Het gedwongen loslaten brengt een rouwproces teweeg, wat de veerkracht van het kind onder druk zet. Nieuwe relaties compliceren het loyaliteitsconflict waarmee het kind worstelt. Om hieruit te geraken is het noodzakelijk dat het kind zichzelf terugvindt (door het te horen en te informeren), de relatie met beide ouders behoudt (gedeeld i.p.v. verdeeld ouderschap) en steun krijgt uit de bredere omgeving. Het is van essentieel belang dat de positie van het kind ruimte krijgt en dat het een stem heeft; ook binnen de hulpverlening en justitie (die elkaar zouden moeten versterken).

De meeste klachten van kinderen die de ombudsdienst van het Kinderrechtencommissariaat ontvangt hebben te maken met de scheidingsproblematiek. Daaruit blijkt ook dat zij geen kennis hebben van het bemiddelings- en hulpverleningsaanbod. Een ouderschapsplan, waarin opvoedingsafspraken door ouders zelf worden vastgelegd en kinderen worden betrokken, kan helpen om conflicten te voorkomen. De school en kinderopvang kunnen een signaalfunctie hebben in geval van problemen. Wat het juridische spreekrecht betreft is niet alleen de aanpak, maar ook de taal een drempel. De kinderrechtencommissaris bepleit de aanstelling van een scheidingsambtenaar  voor de coördinatie van bestaande initiatieven en het onderzoeken van nieuwe beleidspistes en een uitbreiding van de rol van justitiehuizen.

In Nederland is het ouderschapsplan al vijf jaar verplicht bij scheiding. De betrachting was om vervolgprocedures te beperken. Een recente evaluatie toont aan dat dit doel niet wordt bereikt. Sociaalwetenschappelijk onderzoek wijst op het belang van preventieve maatregelen (ouderschapsvoorlichting en conflicthantering), vroegtijdige opsporing en begeleiding (counselling voor ouders en groepsgesprekken voor kinderen in nood) en uitbouw van het hulpverleningsaanbod.

De conclusies en beleidsaanbevelingen die door alle betrokken organisaties mee werden voorbereid, werden vertaald in een afsluitend panelgesprek met Minister van Justitie, Koen Geens en raadgever justitie van het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Nancy Bleys. 

Terug naar Samenleving en welzijn