UCSIA
Prinsstraat 14
B-2000 Antwerpen
marijke.celis@ua.ac.be
Tel. +32 (0)3 265 49 60
Fax +32 (0)3 707 09 31
Wijken voor een betere geestelijke gezondheid

Het Universitair Centrum Sint-Ignatius Antwerpen organiseerde op donderdag 4 mei 2017 een conferentie over geestelijke gezondheidszorg voor professionelen uit de gezondheidssector. Het centrale doel van dit congres was het stimuleren van de verschillende stakeholders actief binnen de geestelijke gezondheidszorg, om met elkaar in debat te treden rond het groeiende, nieuwe paradigma van de vermaatschappelijking van de zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Een diverse groep van 120 deelnemers bestaande uit zorgverleners, onderzoekers en geïnteresseerden en een rijk interdisciplinair programma, maakte dit congres tot een succesvolle en waardevolle bijeenkomst.

De congresdag ging van start met een inleidende lezing door Geerdt Magiels (bioloog en filosoof en verbonden aan de organisatie MisVerstand) die het belang van een contextuele inbedding van de geestelijke gezondheidszorg sterk benadrukte. Een buurtvriendelijke benadering werd als voorwaarde voor een duurzame, maatschappelijk gedragen en gedestigmatiseerde GGZ naar voren geschoven.

Een wijkgerichte aanpak

In een eerste sessie reflecteerden drie experts over de vraag welke psychologische en sociologische aanpak nodig is om een netwerk te creëren rondom het dagelijkse leven van mensen met een psychische kwetsbaarheid en om de sociale netwerken van patiënten meer te integreren in het therapeutische programma. Daarenboven werd de rol van professionele medewerkers in deze multidisciplinaire en sociale aanpak van geestelijke gezondheid belicht.

Rebecca Lawthom (professor aan de Metropolitan Universiteit in Manchester) gaf overtuigend weer hoe Community Psychology als innovatieve methode kan worden ingezet om personen met een psychische kwetsbaarheid in hun sociale (re-)integratie te begeleiden. Ze benadrukt dat zorg niet alleen een individuele aangelegenheid is, maar dat een hele context hierin betrokken is. Hoe kunnen we dan netwerken en samenwerkingen organiseren die oog hebben voor deze context / voor het meso- en macrosysteem?

Peter Dierinck (psycholoog en verantwoordelijke voor maatschappelijk herstel, inclusie en participatie voor rehabilitatie binnen het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge) bepleitte, vanuit zijn ervaring als psycholoog, casemanager en kwartiermaker een hulpverlening die vertrekt vanuit een respect voor diversiteit en anders-zijn. Een hulpverlening ook die aanwezig is in de buurt. Kwartiermaken bestaat dan ook in het creëren van ‘gastvrije’ sociale ruimten waarin personen met een psychische kwetsbaarheid als volwaardige actoren kunnen functioneren en waar verschillen gerespecteerd worden.

Wanneer mensen denken dat ze niet over een netwerk beschikken, staat LUS hen bij om dit te herontdekken. Erik Herrebosch (stafmedewerker LUS vzw) benadrukte op zijn beurt de cruciale, actieve rol die aan de patiënt zelf dient te worden verleend tijdens het uitbouwen van sociale netwerken op familiaal – en buurtniveau. Het generen van dit sociaal kapitaal vormt de sleutel voor mensen om hun toekomst te dromen en de fundamentele bouwsteen van een duurzame wijkgerichte GGZ.

Open Dialogue

In een tweede sessie onderzochten drie experten de ‘Open Dialogue’ methode vanuit verschillende perspectieven naar betekenis, impact en implementatie in een wijkgeoriënteerde geestelijke gezondheidszorg. Hierbij stond de rol van het sociale netwerk, de instellingen, de professional en de cliënt zelf centraal.

Russell Razzaque (consultant psychiater en geassocieerd medisch directeur in de NHS te Londen) en Dominique Degrande (therapeutisch coördinator van het Mobiel Behandelteam Netwerk Geestelijke Gezondheidszorg regio Noord-West Vlaanderen) gaven elk vanuit hun eigen ervaring in het zorgcircuit, een uiteenzetting rond de uitdagingen inzake de implementatie van Open Dialogue in Vlaanderen. Open Dialogue is een methode waarbij de psychiater en de zorgverlener op grond van gelijkheid in gesprek gaat met de patiënt en met familie en vrienden; het netwerk en de dynamiek tussen mensen staat centraal bij het herstel. Razzaque en Degrande pleitten sterk voor het loslaten van bestaande structuren en voor de integratie van alle betrokken zorglijnen.

Ook Nathalie Albert (ervaringsdeskundige in samenwerking met de Alexianen Zorggroep Tienen) benadrukte, net als Dominique Degrande, het belang van de stem van de patiënt zelf in de verdere organisatie en uitbouw van een open dialoog-benadering in Vlaanderen. Ze bespreekt de mogelijke inbreng van ervaringsdeskundigen in de psychiatrische ziekenhuizen en in de ondersteuning van patiënten en families. Ziekenhuizen zijn niet overbodig; ze zouden meer als “herstelhotel” kunnen gezien worden waar mensen in psychische pijn tijd hebben om tot rust te komen.

Organisatie en vorming

Tijdens de laatste sessie werd er vanuit een academisch perspectief, een beleids- en professioneel perspectief gedacht over de organisatie van dergelijke wijkgerichte zorg. Er werd reflectie geboden op de vorming en training van alle stakeholders die betrokken waren in deze shift naar een wijkgerichte aanpak. Welke vormen van therapie en ondersteuning zijn er nodig / moeten we ontwikkelen om de aanpak mogelijk te maken? Wat zijn de prioriteiten?

Dickon Bevington (medisch directeur bij het Anna Freid Nationaal Centrum voor Kinderen en Gezinnen) gaf een introductie op de werking en effecten van AMBIT (Adolescent Mentalization-Based Integrative Treatment), een innovatieve evidence-based methode om teams actief binnen de verschillende zorglijnen, te ondersteunen in hun zoektocht naar de meeste effectieve, wijkgerichte interventie bij jongeren met een psychische kwetsbaarheid. Het is open source netwerk waarbij de verschillende betrokken teams hun goede praktijken delen met het netwerk en zo aan kennisuitwisseling werken. Ook hier werd het cruciale belang van een laagdrempelige, op-maat en open benadering van geestelijke gezondheidszorg benadrukt.

Net zoals Bevington, gaven ook Sylvia Hubar (maatschappelijk werker bij het Leuvense wijkgezondheidscentrum De Ridderbuurt en docent sociaal werk) en Inez Myin-Germeys (hoogleraar psychiatrie KU Leuven) aan dat een wijkgerichte zorg meer agency aan de patiënt kan verlenen. Zowel technologische innovatie, in de vorm van Ecologische Monitoring Interventions, als intensieve, op-maat, lokale dienstverlening door geestelijke gezondheidscentra worden naar voren geschoven om aan de zorgnoden van de patiënt in het kader van een vermaatschappelijkte zorg tegemoet te komen.

Er beweegt heel wat in de Vlaamse geestelijke gezondheidszorg. Tijdens dit congres werden er op verschillende manieren en vanuit verschillende invalshoeken "ondersteuningsstructuren" en innovatieve ondersteuningsmethoden bediscussieerd. De presentaties en debatten die tijdens deze congresdag aan bod kwamen, geven duidelijke enkele precaire noden aan. Communicatie tussen de verschillende zorglijnen is een essentiële voorwaarde om een goed functionerende wijkgerichte GGZ te kunnen organiseren. Er dient verder te worden gezocht naar manieren om op een structurele wijze instelling, eerstelijnswerkers, civil society en de patiënt zelf nog beter in samenwerking te kunnen laten treden. Hierbij is het van fundamenteel belang om verder te bouwen op de reeds verworven kennis en ervaring binnen de verschillende zorglijnen, deze expertise samen te bundelen mét oog voor zowel professionele kennis als ervaringskennis.