|
Professor Theo de Wit, als sociaal-politiek filosoof verbonden aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg, opende de lezingenreeks over tolerantie, die nog doorloopt in het najaar met drie (Engelstalige) lezingen. Hij gaf duiding bij de relevantie van het concept voor de hedendaagse multiculturele samenleving. Het concept tolerantie is historisch geëvolueerd van de betekenis van vrijheid van geweten ten aanzien van andere religies na de grote godsdienstoorlogen en het Edict van Nantes (1598) tot een algemene maatschappelijke deugd in de jaren negentig van de vorige eeuw tot een polemische categorie vandaag. Het heeft zich ontwikkeld van een marginale tot een politieke sleutelcategorie, waarbij het aanvankelijk pacificerende vertoog plaats ruimt voor een vertoog dat afgrenzingen markeert en intolerantie legitimeert. Dit doet ons de vraag stellen welk mechanisme deze vreemde dialectiek van de tolerantie regeert en hoe de tolerantie kan worden gered. Aan de hand van toonaangevende denkers (Bodin, Hobbes, Locke en Milton in de moderne tijd, Ricoeur, Bubner en Nauta eind vorige eeuw) overloopt professor De Wit vervolgens deze ontwikkeling in detail.
Waar Nauta het opnam voor de door het westen gekoloniseerden, poseren aanhangers van nationalistische partijen zich vandaag als slachtoffers van een soort ‘tegen-kolonisatie’, te weten een dreigend ‘Eurabië’. Voor Wilders belichamen de moslims het gevaar voor een nieuw fascisme. Ook liberale intellectuelen hebben de neiging de nationale cultuur in bescherming te nemen. Terwijl het ideaal van een harmonieuze multiculturele samenleving vandaag wordt verworpen, zijn de vertogen over onze ‘eigen’ (nationale) cultuur dominant, zelfs in de vorm van een clash van culturen. Tolerantie wordt een ingrediënt in deze clash: het verliest zijn pacificerende potentieel en wordt een scheidingslijn tussen tolerante en niet-tolerante culturen en religies, volkeren en individuen. Professor de Wit eindigde met een pleidooi voor een herinterpretatie van tolerantie als een civiele deugd die onze interactie in de gedeelde openbare ruimte zou leiden want wij leven immers in een maatschappij van juridisch afdwingbare individuele rechten en sociaal geldende plichten, maar dit betekent geen garantie voor een harmonieuze omgang met elkaar in de publieke ruimte. Patrick Loobuyck, als moraalfilosoof en politiek filosoof verbonden aan het Centrum Pieter Gillis van Universiteit Antwerpen, waarschuwde voor de dictatuur van de tolerantie die de vrijheid beperkt om genuanceerd te spreken over thema’s als migratiebeleid. Het elitaire linkse kosmopolitisme wordt beantwoord met populisme vanuit een malaise over de multiculturele samenleving. Hij pleit voor een ‘verlichte intolerantie’ die toelaat om wel grenzen te stellen maar niet vervalt in censuur. Er is ruimte voor afwijkende meningen zolang de spelregels worden nageleefd en de liberale grondrechten worden gerespecteerd. Professor Loobuyck stelt tegenover de vraag ‘Kan de tolerantie gered worden?’ de vraag of ‘tolerantie wel gered moet worden?’ Immers het respect voor grondrechten is geen zaak van tolerantie en een overheid kan niet toelaten wat het verbiedt. Zij moet neutraal blijven en geen mening poneren. Leo Apostel zag intolerantie als de meest natuurlijke grondhouding van de mens omdat we altijd wel iets te verdedigen hebben en de grootste uitdaging is dan ook leren omgaan met de eigen intolerantie.
|