|
In deze tweede lezing van de reeks over tolerantie, die op 28 oktober plaatshad, lichtte politiek filosoof Rainer Forst van de Johann Wolfgang Goethe Universiteit van Frankfurt zijn theorie over tolerantie als politiek concept toe. Hij illustreerde dit aan de hand van historische feiten en hedendaagse vraagstukken. Tim Heysse, politiek filosoof aan de K.U.Leuven, gaf een respons. De sessie werd door een vijftigtal geïnteresseerden bijgewoond, waaronder enkele doctoraatsstudenten in de politieke filosofie.
Tolerantie is een dubbelzinnig begrip; voor sommigen is het een positieve houding gebaseerd op wederzijds respect, voor anderen is het een negatieve houding van gedwongen verdraagzaamheid ten aanzien van verwerpelijke praktijken. Een tolerante samenleving is niet de meest gelukkige of vreedzame, want het is een maatschappij die door onenigheid en conflict is getekend. Tolerantie is een middel om conflicten te beheersen.
Rainer Forst’s theorie van tolerantie vertrekt van drie concepten: bezwaar, aanvaarding en verwerping. Er kan pas sprake zijn van tolerantie waar het praktijken betreft waartegen men bezwaren heeft. Of deze bezwaren uitmonden in aanvaarding of verwerping van de betreffende praktijk moet onderwerp vormen van een verantwoordingsproces op basis van zelfrelectie. Tolerantie is geen waarde op zich, maar een normatief afhankelijk begrip dat pas een ethische connotatie krijgt via concrete conceptualisering, die verschillende vormen kan aannemen, zoals blijkt uit de geschiedenis. Tolerantie als toelating (permisson) wordt verstrekt door de autoriteiten als in het Edict van Nantes van 1598 of de ‘Toleration Act’ van 1689 en is ook vandaag nog actueel. Het is een vorm van voorwaardelijke tolerantie waarbij de minderheid bijkomende rechten verwerft, maar nog niet wordt gelijkberechtigd. Een andere conceptualisering van tolerantie groeide uit de protestantse idee van vrijheid van religie en geweten dat niet door autoriteiten kan worden toegekend maar door God aan de mens wordt gegeven. Op basis hiervan heeft hij het recht zich te verzetten tegen regimes die deze vrijheid beknotten. Dit argument werd door Locke overgenomen in zijn ‘Letter Concerning Toleration’ en vindt een echo in de onaantastbaarheid van de persoonlijke autonomie in de moderne liberale maatschappij. De 17de eeuwse filosoof Pierre Bayle reageerde hiertegen met zijn pleidooi voor een gedeelde atheïstische moraal gestoeld op de rede die religieus fanatisme, dat hij als een groter gevaar voor de moraliteit zag dan de staat, kon overstijgen. Forst zelf pleit voor tolerantie als een vorm van respect, als een vereiste van democratische rechtvaardigheid. Hij vertrekt van het respect voor de persoon als redelijk wezen dat recht heeft om verantwoording te geven en te krijgen in een discussie over basiswaarden die algemeen gedeeld kunnen worden. Dit veronderstelt de wil en capaciteit om persoonlijke ethische overtuigingen te scheiden van morele waarden en normen die iedereen aanbelangen. Het besef dat een ethisch oordeel een morele veroordeling niet kan verantwoorden, maakt van tolerantie een veeleisende politieke deugd. Tolerantie is zo niet alleen een persoonlijke deugd, het is een opdracht voor burgers als wetgevers om anderen niet te verplichten te leven onder normen en wetten die onvoldoende kunnen verantwoord worden ten aanzien van hen. Respondent Tim Heysse werpt op basis van dit betoog enkele vragen op. Dreigt vandaag ‘tolerantie uit respect’ niet te verglijden naar ‘tolerantie als toelating’, toegekend door de democratische meerderheid, die haar concept van tolerantie oplegt aan de minderheid? Overschatten wij onze potentie voor autonomie niet als wij die louter in termen van politieke macht zien en de sociale druk negeren (cf. bezwaarlijke praktijken, die niet bij wet verboden zijn en onder sociale druk moeten worden getolereerd)? Hoe verwoord ik mijn bezwaren in het openbaar (de media) en hoever mag ik hierin gaan zonder de autonomie van een ander te onderdrukken?
Hij besluit dat tolerantie de potentie heeft om conflicten te verminderen, maar ook steeds aanleiding zal geven tot nieuwe discussiepunten, gezien het geen consensus beoogt, maar het zoeken naar gedeelde normen en waarden. De wijze waarop het ons dwingt om onze persoonlijke ethische overtuigingen steeds af te wegen tegen mogelijke gedeelde normen en waarden, maakt van tolerantie een veeleisend concept met politieke implicaties.
|