Tolerance and the Patience of God

IMG_2936.jpg

IMG_2932.jpg

IMG_2937.jpg

In zijn uiteenzetting duidde Hanvey tolerantie als een kernbegrip in de huidige liberale cultuur. Het wordt een centrale rol toebedacht in het handhaven van maatschappelijke vrede. Toch staat tolerantie in Europa vandaag onder druk. De spanning tussen de juridische invulling en de praktijk is groot. Het (juridisch) afbakenen van het toepassingsveld van tolerantie definieert tegelijkertijd wat niet meer wordt getolereerd. Zolang deze grens unilateraal wordt bepaald en autoritair wordt opgelegd, dreigt het gevaar van arbitraire uitsluiting. In de praktijk is er nood aan de ontwikkeling van tolerantie als een sociale deugd. Die kan enkel worden gecultiveerd door ruimte en tijd te geven (in het Engels is ‘tolerance’ verwant  aan ‘endurance’ wat een notie van langdurigheid suggereert).

De theologie, inzonderheid de notie van ‘God’s geduld’ zoals die door Karl Barth werd ontwikkeld, kan inspiratie bieden. Geduld is nodig opdat tolerantie een positieve verhouding wordt eerder dan een formele of gewapende vrede. Geduld ontstaat waar ruimte en tijd worden gegeven vanuit een welbepaalde intentie, waar vrijheid wordt gegund in het licht van een verhoopte respons. Het houdt een toekomstgerichte oriëntatie in en veronderstelt een relatie tussen wederzijds betrokken partijen. Geduld onderscheidt zich van machtuitoefening in dat het identiteit in verschil toelaat en niet dwingt tot overeenkomst. Het verlangt geen consensus. Het laat ruimte voor mislukking, fouten en conflict. Barth verbindt geduld met wijsheid: God stelt een doel voorop en geeft de tijd om het te bereiken en de mogelijkheid om er langs meerdere wegen te geraken. Dit veronderstelt menselijkheid, liefde en vrijgevigheid. De parabel van het graan en het onkruid illustreert dit. We moeten niet alles wieden wat niet perfect is, maar het naast elkaar laten bestaan. De gave van geduld creëert de mogelijkheid op hoop, verandering, sociale transformatie. Het lost de paradox van tolerantie op door de dichotomie tolerantie/intolerantie te overstijgen en het als een opdracht en geen staatszaak te beschouwen. Het stelt ons in staat te leven met tegenstelling en conflict in de hoop op vernieuwing en vooruitgang.
 
Haers repliceert met zes vragen:

  1. Hoe kunnen wij tolerant blijven in het licht van het ondraagbare, het onaanvaardbare?
  2. Wie wordt vereist tolerant te zijn?
  3. Waarom zijn wij zo intolerant?
  4. Is vragen om geduld ook geen middel om onrechtvaardigheden toe te dekken?
  5. Is waarheidsstreven per definitie intolerant?
  6. Kunnen wij ons veroorloven tolerant te zijn tegenover de persoon, maar niet tegenover zijn ideeën?

Dit werd gevolgd door een uitwisseling met het publiek.

 
Inhoudsverantwoordelijke: geert.vanhaverbeke