Inherited Wealth, Justice and Equality

In samenwerking met prof. Guido Erreygers (Universiteit Antwerpen) en prof. John Cunliffe (University of Warwick) organiseerde UCSIA op 5 en 6 maart 2010 de academische workshop "Inherited Wealth, Justice and Equality" aan de Universiteit Antwerpen.

In actuele debatten over sociaal beleid pleiten sommigen voor het volledig afschaffen van elke vorm van erfenisbelasting. Anderen komen op voor hogere erfenis- en successierechten om nieuwe beleidsvoorstellen te kunnen financieren zoals een basiskapitaal voor iedereen. Deze verschillende uitgangspunten vinden hun oorsprong in de uiteenlopende opvattingen over rechtvaardigheid en gelijkheid en het verschillend gewicht dat men hieraan wil toekennen. In de academische workshop bespraken onderzoekers uit diverse landen de verschillende stelsels van erfenis- en successierechten en de argumenten die in het publieke debat door voor- en tegenstanders van onder meer vermogensbelasting werden aangehaald. Panelleden getuigden over het actuele debat over schenking en erfenis in België en Vlaanderen.

In de marge van dit programma vond er op 4 maart 2010 ook een publieke lezing (in het Engels) plaats.

De bijdragen aan de workshop en het paneldebat worden in een boek gebundeld dat binnenkort verschijnt.


Lezing Jens BECKERT

Professor Jens BECKERT, directeur van het Max Planck Institute for the Study of Societies te Keulen, gaf een voordracht over "Are We Still Modern? Inheritance Law and the Broken Promise of the Enlightenment". Jens Beckert is auteur van er Inherited Wealth (University Presses of California, Columbia and Princeton, 2007). Beckert bestudeerde het erfenisrecht in de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland en verklaart de sterke verschillen aan de hand van culturele factoren. Hij besprak vier controversiële kwesties: de vrijheid om over het eigen vermogen te beschikken, het recht van familieleden op het overgelaten vermogen, het afschaffen van de beperking tot erfenis in rechte lijn, en vermogensbelasting.

Panelgesprek
Namen deel:

  • Prof. dr. Antoon VANDEVELDE, Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie, KULeuven
  • Christof CASTELEIN, drs. Instituut voor Notarieel Recht, KULeuven en notarieel medewerker
  • Koen MEESTERS, jurist, studiedienst Algemeen Christelijk Vakverbond
  • Prof. dr. Carine SMOLDERS, Hogeschool Gent, promotor-coördinator Vlaams Steunpunt voor Fiscaliteit en Begroting
  • Jan VANDER ELST, filantropieadviseur, Koning Boudewijnstichting

De panelleden getuigen over het actuele debat over schenking en erfenis in België en Vlaanderen. Hierdoor kunnen de aanwezige academici hun academische bevindingen en inzichten, die zij tijdens de internationale workshop uitwisselden, ook toetsen aan een concrete gevalstudie. 

Vanaf 2004 heeft de Vlaamse overheid het schenkingsrecht voor roerende goederen drastisch verlaagd, vlak gemaakt en neutraal voor de vorm van samenwonen. De belasting op schenking onder levenden is laag in vergelijking met de belasting op successierechten bij overlijden. Het Vlaams Steunpunt voor Fiscaliteit en Begroting voltooit binnenkort een onderzoeksproject over de effecten hiervan. De hervorming leidt in de eerste plaats tot een “Laffer-effect”: de totale opbrengst ervan stijgt, doordat er minder ontweken wordt. Prof. Smolders meent te kunnen stellen dat de burgers zich biet echt verzetten tegen erfenisbelastingen en de progressiviteit ervan. Wel hebben velen bezwaar tegen de relatief hogere belasting voor nalatenschappen aan derden en iedereen is wantrouwig dat beter geïnformeerde burgers ontwijkingsmogelijkheden toepassen die hen zelf ontgaan. Prof. Smolders meent ook dat er veel onwetendheid is over erfenis- en successierechten. De burgers verwarren marginale tarieven met effectieve aanslagvoeten en kennen zelfs de elementaire wettelijke bepalingen onvoldoende. l
 
De Koning Boudewijnstichting voert enerzijds eigen maatschappelijk nuttige projecten uit met openbare middelen die ze ontvangt van de Lotto, anderzijds adviseert ze particulieren die geld schenken ‘voor het goede doel’ dat zij zelf kiezen. KBS geeft advies over de keuze van dat doel en over de beste financiële planning, zonder evenwel aan “fiscale optimalisatie” te doen. Het wettelijk erkend duo-legaat is een fiscaal aantrekkelijke formule voor de schenker en de KBS, ten nadele van de staat. Burgers doen zo’n schenkingen aan de KBS omdat ze menen dat het geld bij de overheid in minder goede handen is, ofwel bij gebrek aan erfgenamen. 

Christophe CASTELEIN wijst op de parallelle ontwikkeling van het burgerlijk recht en het fiscaal recht. De bepalingen in het burgerlijk recht over erfopvolging steunen traditioneel op 2 principes: het zorgprincipe en het bijdrageprincipe. Men geeft aan de erfgenamen omwille van de zorg dat zij hun levensstandaard zouden kunnen op peil houden, en wellicht ook in de hoop op wederkerige zorg in de oude dag. Men geeft aan wie bijdraagt tot de opbouw van het vermogen. Sedert WOII neemt de staat een deel van de zorg over en door zijn talrijke tussenkomsten verlaagt hij de noodzaak aan particuliere bestedingen, waardoor particulieren meer vermogen kunnen opbouwen (afgezien van de belastingen op hun inkomen). De staat vindt hierin een burgerrechterlijke rechtvaardiging om een deel van de erfenis op te eisen onder vorm van belastingen: hij werpt zich op als een familielid dat zorgt en bijdraagt. De burgers aanvaarden deze claim van de staat echter slechts zolang ze er voldoende overheidsvoorzieningen voor in de plaats krijgen.

Prof. SMOLDERS deelt de vaststelling van dhr. CASTELEIN dat het zeer grote aantal echtscheidingen en de talrijke nieuwe vormen van ouderschap en al dan niet wettelijk erkend samenwonen tussen personen van verschillend of gelijk geslacht, de basis van het burgerlijk en fiscaal erfenisrecht grondig dooreen schudt. Deze evolutie werd nog niet voldoende in kaart gebracht:  wat is een rechtvaardig reservatair aandeel?, mag het tarief verschillen tussen de leden van een hersamengesteld gezin, enz.?

Koen MEESTERS pleit voor rechtvaardige belastingen en tarieven, met minder belastingen op arbeid en meer op vermogen. Het beleid gaat overal in Europa eerder de andere kant uit. Hoge erfenisbelastingen zijn gerechtvaardigd omdat het om een inkomen gaat waarvoor men geen inspanning heeft verricht en dat nog niet eerder belast is bij de ontvanger. Toch hoeft het marginaal tarief geen 100% te bedragen: werknemers sparen voor een aanvullend pensioen maar elke stimulans daartoe valt weg als het erfenisrecht heel hoog is terwijl ze rekening houden met het risico dat ze voor hun pensioenleeftijd sterven. Hun tijdshorizon is soms te kort. Velen geven reeds op relatief jonge leeftijd een deel van hun vermogen weg aan de kinderen opdat de staat bij hun overlijden geen beslag zou kunnen leggen op de spaarreserves. Wanneer ze dan tegen de verwachting in blijven leven, kampen ze met een tekort aan bestaansmiddelen. De vakbond vindt het onrechtvaardig dat private bankiers en accountants de beter opgeleide middens helpen om erfenisrechten te ontwijken, terwijl de gemiddelde werknemer het volle pond betaalt.

Terug naar Sociale rechtvaardigheid

 
Inhoudsverantwoordelijke: geert.vanhaverbeke