25 jaar JRS: bruggen bouwen waar niemand anders gaat

JRS Belgium — Jesuit Refugee Service — viert dit jaar 25 jaar. Als sociaal werk van de jezuïeten in België behoort de organisatie tot de ignatiaanse familie, net als UCSIA. JRS Belgium begeleidt mensen aan de marges van onze samenleving: wekelijks bezoeken medewerkers mensen in administratieve detentiecentra voor migranten, ze zoeken alternatieven voor detentie en zetten via hun sensibiliseringsprogramma's in op bredere maatschappelijke bewustwording.

Ter gelegenheid van dit jubileum spraken we met Jörg Gebhard, directeur van JRS Belgium, over de missie van de organisatie, het werk op het terrein en zijn kijk op het actuele migratiedebat.

25 jaar JRS: bruggen bouwen waar niemand anders gaat

Jesuit Refugee Service

Kan je ons uitleggen wat JRS, Jesuit Refugee Service, is en doet?

JRS bezoekt sinds 2001 wekelijks administratieve detentiecentra voor migranten. Bovendien laten we zien dat er alternatieven voor detentie mogelijk zijn die ook werken. Dat tonen we al zes jaar lang aan met ons project Plan Together”. Tot slot zijn we met ons sensibiliseringsprogramma Change aanwezig op tal van Belgische scholen. 

Jullie zijn een 'jezuïtische' organisatie. Hoe onderscheidt zich dat van andere organisaties die op het terrein werkzaam zijn?

Wij zijn inderdaad anders dan andere ngo’s. Wat ons onderscheidt, is dat we elementen van de ignatiaanse spiritualiteit in ons werk hebben geïntegreerd. Wij omarmen de spirituele dimensie van maatschappelijk werk en geven daar concreet invulling aan.

We zijn ook ‘ignatiaans’ doordat we ‘verzoening’ als onze centrale werkmethode hebben gedefinieerd, dat wil zeggen dat we in alle dimensies van ons werk streven naar het opbouwen van ‘juiste’ relaties. Dat begint bij onszelf en de migranten met en voor wie we werken, en eindigt bij alle belanghebbenden, ook bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en de regering. In tijden van toenemende polarisatie is deze bruggenbouwende functie van JRS bijzonder belangrijk. 

Een belangrijk deel van jullie werk is gericht op het bezoek van mensen in detentie. Waarom is dat zo belangrijk? Welk verschil kunnen jullie maken?

Administratieve detentie speelt zich af in de marge van onze samenleving. We sluiten degenen op die we niet willen hebben – dat is een trieste traditie in onze beschaving.

Precies daar wil JRS aanwezig zijn: aan de grenzen van onze samenleving. Om daar migranten in grote nood en wanhoop op hun weg te begeleiden, om met hen op pad te gaan. Er is daar niemand anders. Het is een niche binnen het migratiebeleid, onbekend bij het grote publiek, onaantrekkelijk voor andere ngo’s, omdat het een politiek mijnenveld is en je eerst veel moet uitleggen om te begrijpen wat het eigenlijk inhoudt.

Naar een plek gaan waar niemand anders is, ook dat is ignatiaans. We maken daar het verschil, omdat er bijna niemand anders is, omdat het van onschatbaar belang is dat er een onafhankelijke waarnemer aanwezig is wanneer mensen worden opgesloten, dat iemand het leed van deze mensen naar buiten brengt en hen zelf aan het woord laat.

Ook voor heel wat migranten maken we het verschil, omdat we vaak de schakel vormen tussen migranten, hun advocaten en soms gespecialiseerde artsen, en omdat we ons laten horen. Als wij het niet doen, doet niemand anders het. 

Jullie zetten ook erg in op alternatieven voor detentie. Jullie spreken dan over gemeenschapsgerichte alternatieven. Kan je dat toelichten?

We hebben een begeleidingsproject voor gezinnen met kinderen zonder verblijfsvergunning die het risico lopen te worden opgesloten. Wij zijn de enige organisatie die deze mensen thuis begeleidt. Dat is belangrijk, want het betekent een paradigmaverschuiving: anders moeten migranten naar een kantoor komen om van een “dienst” gebruik te kunnen maken.

We laten de beslissing over het verdere verloop van de begeleiding over aan de gezinnen zelf. Zij, en niemand anders, bepalen hun lot. We leggen de gezinnen de administratieve situatie waarin ze zich bevinden uit in een taal die ze begrijpen, en niet in administratief jargon. We merken dat vrijwel geen enkel gezin zijn eigen situatie echt begrijpt.

We bespreken met de gezinnen de opties die overblijven en het gezin neemt vervolgens een beslissing. Als de familie dat wenst – en dat is meestal het geval – bespreken we hun situatie met de Dienst Vreemdelingenzaken. Tot nu toe hebben we altijd een oplossing gevonden die voor iedereen een win-winsituatie oplevert: voor de familie, maar ook voor de Belgische samenleving. Daar ben ik erg trots op. 

Migratie hoort bij ons, mensen, en verdwijnt niet zomaar omdat we er genoeg van hebben. Ook de discussie of we nu voor of tegen migratie zijn, is vermoeiend en zinloos. We discussiëren immers ook niet of we voor of tegen regen zijn.

Migratie is een 'hot' topic waarbij beleidsmakers haast over mekaar struikelen met de strafste verklaringen. Het is ook een gevoelig thema voor veel mensen. Maar wat zie jij vooral op het terrein gebeuren? Zowel positief als negatief?

Migratie is inderdaad een hot issue geworden in de politiek. Dat is een direct gevolg van het decennialange verzuim van Europese regeringen om een migratiebeleid te ontwikkelen dat die naam verdient. Het ontbreken daarvan is overal merkbaar en de bevolking is het beu – er heerst een algemene fatigue ten aanzien van migratiekwesties.

De meeste politieke partijen wentelen die onzekerheid helaas af op migranten. Ze denken politiek munt te kunnen slaan uit de toenemende criminalisering van migratie, de inperking van bewegingsvrijheid, de opzettelijke verslechtering van de levenskwaliteit van migranten, steeds meer detentie en militaire grensbewaking. Daarmee worden de daadwerkelijk bestaande problemen niet opgelost. Ook hier is de detentie van migranten een goed voorbeeld: meer detentie betekent nog lang niet meer terugkeer naar de landen van herkomst. 

Van de jaarlijks circa 3000 gedwongen terugkeerders worden er meer dan 1000 overgebracht naar een ander Europees land, in het kader van de Dublin-verordening of bilaterale akkoorden.

De overige 2000 worden daadwerkelijk naar hun land van herkomst teruggestuurd. Twee van de drie meest voorkomende herkomstlanden zijn Albanië en Roemenië — landen waarmee we visumvrij verkeer hebben of die al lid zijn van de EU. Een farce: deze mensen zijn morgen weer terug.

Tegenover dit “succes” staat een peperduur detentiesysteem waarvan de doeltreffendheid nooit is geëvalueerd, terwijl elk project van ngo’s door de overheid en/of donoren aan een grondige evaluatie wordt onderworpen. En dan hebben we het nog niet eens over de menselijke tol die detentie met zich meebrengt.

Kortom: geen echte oplossing voor het probleem aan de ene kant, maar veel middelen en onnoemelijk menselijk leed aan de andere kant. 

De overgrote meerderheid van de ‘illegale migranten’ is ooit legaal ons land binnengekomen en heeft die legale status verloren om redenen buiten hun macht.

Net zoals voor vele andere vluchtelingenorganisaties is het er voor JRS niet gemakkelijker op geworden om jullie werking te blijven voortzetten door onder meer sterk verminderde subsidies. Wat betekent dat concreet voor jullie? Waarom is het belangrijk dat we collectief blijven investeren in een organisatie als JRS?

Het is inderdaad zo dat de financiering van ons werk steeds moeilijker wordt. Dat heeft te maken met de vermoeidheid die in de samenleving heerst rond het thema ‘migratie’ – en die vermoeidheid is natuurlijk ook voelbaar bij donateurs en stichtingen.

Maar migratie hoort bij ons, mensen, en verdwijnt niet zomaar omdat we er genoeg van hebben. Ook de discussie of we nu voor of tegen migratie zijn, is vermoeiend en zinloos. We discussiëren immers ook niet of we voor of tegen regen zijn. Wij zetten ons in voor mensen in nood, punt uit. Omdat niemand anders dat doet, omdat die nood vaak kunstmatig wordt gecreëerd, omdat wij in het goede geloven.

Wij verzetten ons ook tegen de hypocrisie in het publieke debat die zegt: “we willen geen illegale migranten”. Maar de overgrote meerderheid van deze groep is ooit legaal ons land binnengekomen en heeft die legale status vaak verloren om redenen buiten hun macht.

Aan de andere kant profiteert onze economie van de uitbuiting van deze mensen. We hebben ongeveer 120.000 irreguliere migranten in ons land die geen recht hebben op sociale uitkeringen. Ze werken vaak voor belachelijk lage bedragen bij ons thuis, in de horeca, in de bouw, in de landbouw… Ze wonen vaak bij Belgische verhuurders die schaamteloos misbruik maken van hun benarde situatie.

Onze organisatie zet zich in voor een openhartige discussie over migratie. We doen dit op een verzoenende manier, zonder confrontaties. Wij zijn een van de weinige overgebleven Belgische organisaties die noch Vlaams, noch Waals zijn. Er zijn niet veel van dit soort stemmen meer in het land…

Wat maakt werken voor JRS voor jou zo bijzonder? En wat is jouw grootste wens voor JRS?

Ik werk nu zes jaar voor JRS. Dat is mijn missie, niet mijn werk. Omdat we anders zijn en omdat ik me heel goed voel in dat anders-zijn. Mijn grootste wens is dat ons voorbeeld navolging vindt – weg van confrontatie, op naar een eerlijk debat en het bouwen van bruggen – met migranten. Als deze wens uitkomt, zal onze samenleving een onrechtvaardigheid als administratieve detentie niet langer tolereren. 

Panelgesprek over migratiedetentie

Op 2 juni organiseert UCSIA, in samenwerking met MIGLOBA, het panelgesprek What’s New? The New EU Pact and Its Impact on Migration Detention in Belgium. Ruben Bruynooghe, coördinator van de Detention Visitor Group bij JRS Belgium, is een van de sprekers. Het gesprek vindt plaats in de Manresazaal (Koningstraat 2, Antwerpen) en wordt in het Engels gevoerd. Je kan gratis deelnemen.

Benefietconcert ten voordele van JRS Belgium

Op vrijdag 12 juni om 20.00 uur vindt in de Begijnhofkerk in Leuven het benefietconcert HEAVEN & EARTH – Harmonische Hoogdagen plaats, een muzikale reis door het 16e- en 17e-eeuwse Engeland met ensemble La Couleur des Chaconnes, sopraan Gloria Youkyung Song en vocaal kwartet VierStemmig. De opbrengst gaat integraal naar JRS Belgium. VVK: € 14 | Kassa: € 20