Wouter Schepers (HIVA) en Nele Vanderhulst (Socius) over eenzaamheid, zorgzame buurten en burgerinitiatieven

37% van de Vlamingen voelt zich soms tot vaak eenzaam, en dat ligt niet enkel aan de persoon zelf. Hoe kunnen we eenzaamheid aanpakken door onze buurten te versterken? De coronacrisis lijkt een boost te hebben gegeven aan het aantal burgerinitiatieven. Klopt dat? En hoe kan crisis een katalysator zijn?

Wouter Schepers en Nele Vanderhulst laten hun licht schijnen over wat de pandemie gedaan heeft met ons sociaal weefsel.

Wouter Schepers (HIVA) en Nele Vanderhulst (Socius) over eenzaamheid, zorgzame buurten en burgerinitiatieven

Gebundelde krachten

In de derde lezing van de reeks U-turn: 5 jaar later stonden twee vragen centraal: wat heeft de coronacrisis gedaan met eenzaamheid en met de plekken waar we wonen? En hoe reageerden burgers door zich op nieuwe manieren te organiseren? Wouter Schepers (HIVA – KU Leuven) en Nele Vanderhulst (Socius) brachten elk een eigen, complementaire blik.

Plaats maken voor eenzaamheid

Eenzaamheid wordt vaak benaderd als een individueel probleem. Maar de buurt waarin je woont, speelt een grotere rol dan we doorgaans beseffen. Dat is de kernboodschap van Wouter Schepers, senior onderzoeker aan het HIVA – KU Leuven en doctoraatsonderzoeker binnen het FWO-project A Lonely Planet (2022–2026).

Wat verstaan we onder eenzaamheid?

Wouter maakt eerst een belangrijk conceptueel onderscheid: eenzaamheid is niet hetzelfde als sociaal isolement. 

Eenzaamheid is een subjectief gevoel: het onplezierig ervaren van een tekort aan sociale contacten of aan de kwaliteit ervan. Iemand kan weinig contacten hebben en zich daar prima bij voelen; iemand anders kan omringd zijn door mensen en zich toch eenzaam voelen. 

Binnen het overkoepelende begrip onderscheidt het onderzoek vier vormen: emotionele eenzaamheid (het missen van een hechte, intieme band), sociale eenzaamheid (te weinig of niet passende contacten), existentiële eenzaamheid (het gevoel niet begrepen te worden of niet thuis te zijn in de wereld) en collectieve eenzaamheid (je niet deel voelen van een groep of gemeenschap).

Hoe kan je eenzaamheid onderzoeken?

Op basis van een kwantitatieve bevraging bij 3.756 Vlamingen en diepgaande buurtcase-studies toonde Wouter aan hoe fysieke buurtkenmerken — groen, straatmeubilair, mobiliteit, voorzieningen — en sociale buurtkenmerken — contact met buren, een gevoel van verbondenheid — samenhangen met die gevoelens van eenzaamheid. 

Uit de cijfers komen ook duidelijke risicogroepen naar voren: jongvolwassenen (18–34 jaar) en 75-plussers scoren het hoogst op eenzaamheid, net als mensen met een lage socio-economische status, werkzoekenden en mensen die alleen wonen. Die risicofactoren versterken elkaar bovendien: armoede zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen minder kunnen deelnemen aan sociale activiteiten, wat op zijn beurt het isolement vergroot. 

De buurt voegt daar een extra dimensie aan toe: wie in een kwetsbare, weinig leefbare omgeving woont, komt minder buiten en heeft minder toevallige contacten, wat de kans op eenzaamheid verder verhoogt. Zijn team ontwikkelde ook een buurtdetectietool waarmee lokale besturen kunnen zien in welke buurten het risico op eenzaamheid verhoogd is.

COVID-19 en zorgzame buurten

COVID-19 maakte dat verband tastbaar: mensen werden zich scherper bewust van de kwaliteit van hun woonomgeving. Het concept van de zorgzame buurt bestond al voordien, maar de ontwikkeling ervan kwam in een stroomversnelling terecht door de pandemie.

Wouter pleit er echter voor om eenzaamheid niet alleen vanuit een zorgoptiek te benaderen, maar ook vanuit ruimtelijke planning, want een goed ingerichte buurt creëert indirect meer interactie, zonder dat je mensen actief hoeft toe te leiden naar sociale contacten.

Meer weten?

Burgers in beweging

Tijdens de pandemie sloegen veel burgers spontaan de handen in elkaar. Maar heeft die golf van betrokkenheid zich doorgezet? En zijn crisissen überhaupt een katalysator voor burgerinitiatieven? Nele Vanderhulst, stafmedewerker bij Socius (steunpunt voor sociaal-cultureel werk), ging op zoek naar een antwoord.

Wat is een burgerinitiatief?

Ze begint met een fundamentele vraag: wat is een burgerinitiatief eigenlijk? Het antwoord hangt af van de bril die je opzet. Nele onderscheidt drie visies

Wie kijkt vanuit de participatiesamenleving, ziet burgerinitiatieven als partners die taken van de overheid kunnen overnemen — solide, betrouwbaar en op lange termijn. 

Wie kijkt vanuit de doedemocratie, heeft oog voor het hele brede spectrum: van een eenmalig buurtfeest tot een actiecomité dat een vergunning wil tegenhouden.

En wie kijkt vanuit de duurzaamheidstransitie, focust op initiatieven die een fundamentele omslag willen maken naar een meer duurzame samenleving, waarbij overheden, markt én burgers samen aan zet zijn. Bij Socius hanteren ze vooral die tweede bril.

Crisis als katalysator

Een crisis versnelt wat al bezig is: ze stelt maatschappelijke vraagstukken op scherp en triggert mensen die al een nood of bewogenheid voelden om de stap te zetten. 

Nele illustreert dat met voorbeelden als AfroMedica (inclusieve gezondheidszorg, ontstaan in 2020 mede naar aanleiding van Black Lives Matter en de pandemie), Honk (zorgcoöperatie voor mensen met een beperking) en OpgewekTienen (burgerbeweging rond sociale cohesie).

Knipperlicht voor systeemfalen

Burgerinitiatieven zijn ook een knipperlicht voor systeemfalen: waar overheden en markt tekortschieten, springen burgers in het gat. 

Ze sluit af met een oproep: voor een echte U-turn zijn beleidskaders nodig die vertrouwen geven in plaats van controle opleggen, en moeten gevestigde organisaties en nieuwe initiatieven elkaar durven vinden

Daarbij waarschuwt ze voor een eenzijdige besparingsoptiek: als burgerinitiatieven vooral worden ingezet om overheidsuitgaven te compenseren, dreigt hun eigenlijke kracht – de persoonlijke bewogenheid en het collectieve engagement van onderuit – verloren te gaan.

Meer weten?

Verkeersknooppunt - copyright Adobe Stock

U-turn: 5 jaar later

Dit was de laatste lezing in de reeks U-turn: 5 jaar later. Daarin gingen we op zoek naar de blijvende impact van de coronaperiode.

Toen COVID-19 uitbrak in 2020, viel onze samenleving stil. Er ontstond ruimte om te dromen over een nieuwe manier van samenleven met meer aandacht voor menselijkheid, solidariteit en sociale rechtvaardigheid. 

We zijn nu vijf jaar later. Wat is er overgebleven van deze mooie voornemens? 

Bekijk ook de andere lezingen in de reeks:

Beluister de podcast Solidariteit Spreekt !

In het eerste seizoen van onze podcast Solidariteit Spreekt nemen we een aanloop naar de lezingenreeks U-turn: 5 jaar later

Journaliste Linda De Win bekeek samen met experts de ontwikkelingen op het gebied van solidariteit, duurzaamheid en toekomstdenken doorheen de lens van de coronatijd.

Ontdek de podcastreeks Solidariteit Spreekt!

Solidariteit Spreekt